Hoe verkeerstekens werken
Welke tekens je opvolgt en met welke je rekening houdt, wat voorgaat op een vaarregel, de groepen A tot en met G, wat vorm en kleur zeggen, en bord, licht of vlag.
Klein Vaarbewijs 1 · Hoofdstuk 6
Wat de borden en lichten langs het water verbieden, gebieden en aanwijzen, ook bij bruggen en sluizen.
7 lessen42 vragen
Langs en boven het vaarwater staan verkeerstekens: borden, lichten en soms een vlag. Een teken kan iets verbieden, iets gebieden, een beperking melden, iets aanbevelen of je iets laten weten. De tekens staan in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, en bijna allemaal zijn ze examenstof.
In les 1 leer je hoe verkeerstekens werken: welke je moet opvolgen en met welke je rekening houdt, wat voorgaat als een teken iets anders zegt dan een vaarregel, en wat vorm en kleur je al vertellen. Daarna komen de tekens voor doorvaren en voorbijlopen, voor wie er mag varen, voor ligplaats, ankeren en meren, de geboden en het hoofdvaarwater, de beperkingen en onderborden, en de tekens bij bruggen, stuwen en sluizen.
Met KVB1 compleet open je alle lessen en de toetsen.
Verder met les 1 · € 10Welke tekens je opvolgt en met welke je rekening houdt, wat voorgaat op een vaarregel, de groepen A tot en met G, wat vorm en kleur zeggen, en bord, licht of vlag.
A.1 en E.1, het verschil tussen A.1 en A.1a, stilhouden bij een stremming, voorbijlopen verboden, keren en golfslag.
Verboden en toegestaan voor motorschepen, kleine schepen, zeilschepen, zeilplanken, spierkracht en waterscooters, met de definities erachter, en de tekens voor waterskiën, snel varen en te water laten.
Verboden en toegestaan ligplaats te nemen, te ankeren en te meren, aan de kant van het bord, met een getal of een Romeins cijfer, en de kegelplaatsen.
Wat de gebodstekens verplichten, dat B.9 bij een uitmonding de voorrang regelt en E.9 en E.10 niet, en het verschil tussen B.11 en E.23.
Wat de beperkingstekens melden, de aanbevolen richting, de overige blauwe aanwijzingen, en hoe een bord erboven, ernaast of eronder zegt waar en voor wie een teken geldt.
Welke opening van een vaste brug je neemt, wat rood, rood boven groen, groen en geel bij een beweegbare brug betekenen, de sluis en de stuw, en de hoogteschaal.
14 vragen uit alle zeven lessen. Je beantwoordt eerst alles en ziet daarna je uitslag, met uitleg per vraag.