Hoe je boot vooruitkomt
Vaste schroefas, buitenboordmotor, hekaandrijving, waterjet, dubbele schroef en boegschroef: hoe elke aandrijving duwt en stuurt.
Klein Vaarbewijs 1 · Hoofdstuk 2
Hoe je boot vooruitkomt, stuurt, keert, aanlegt en stopt, ook met wind en stroom.
7 lessen42 vragen
Hoe een boot reageert op gas en stuur, hangt af van zijn aandrijving. Een schroef aan een vaste as met een roer erachter stuurt anders dan een buitenboordmotor die je in zijn geheel draait, of een waterjet die met een straal water stuurt.
In les 1 leer je de aandrijvingen kennen die in het examen voorkomen. Daarna gaat het over wat de schroef en het roer doen, en over keren, aanleggen, wegvaren en stoppen, ook met wind en stroom.
Met KVB1 compleet open je alle lessen en de toetsen.
Verder met les 1 · € 10Vaste schroefas, buitenboordmotor, hekaandrijving, waterjet, dubbele schroef en boegschroef: hoe elke aandrijving duwt en stuurt.
Wat de schroef doet, spoed, rechtse en linkse schroef, en hoe het wieleffect het hek opzij trekt.
Waarom een roer stromend water nodig heeft, wat het hek doet, het draaipunt, en sturen achteruit met een vaste schroef of een buitenboordmotor.
De draaicirkel, waarom een rechtse schroef vooruit krapper over bakboord draait, en keren op ruim en op smal water.
Voortros, achtertros, voorspring en achterspring, stootwillen, aanleggen zonder wind en wegvaren in de voorspring.
Lagerwal en hogerwal, wind van achteren, aanleggen tegen de stroom in, vóór stroom en tegenstroom, stroom doodvaren en wegvaren van lagerwal.
Aanleggen en keren met de boegschroef, wat een boegschroef niet kan, de stopweg en de noodstop.
12 vragen uit alle zeven lessen. Je beantwoordt eerst alles en ziet daarna je uitslag, met uitleg per vraag.