Waarom lichten?
Elk licht schijnt maar in één richting. Zo zie je aan top-, boord- en heklicht welke kant een schip op vaart.
Klein Vaarbewijs 1 · Hoofdstuk 1
Welke lichten een schip 's nachts voert en welke tekens overdag, en wat je daaruit afleest.
7 lessen47 vragen
's Nachts zie je van een schip vaak alleen de lichten. Toch haal je daar veel uit: welke kant het schip op vaart, en of je het van voren, opzij of van achteren ziet. Dat kan omdat elk licht maar in een vaste richting schijnt, over een vast aantal graden.
In les 1 leer je de vier basislichten kennen: het toplicht, de boordlichten, het heklicht en het rondom schijnend licht. Welke combinatie bij welk schip hoort, en welke tekens schepen overdag tonen, komt in de lessen daarna.
Elk licht schijnt maar in één richting. Zo zie je aan top-, boord- en heklicht welke kant een schip op vaart.
Toplicht, boordlichten en heklicht, een tweekleurenlantaarn of één wit rondom licht: welke lichten een kleine motorboot 's nachts voert.
Boordlichten op de boeg of een driekleurenlantaarn in de mast, één wit licht voor een roeiboot, en wat er verandert als de motor bij gaat.
Eén of twee toplichten, het snelle schip, de sleep, het duwstel en het gekoppelde samenstel: hoe je grote schepen herkent.
Eén of twee witte lichten, de zwarte bol, wanneer tekens niet hoeven, en de vier vormen van dagtekens.
Rood, wit, rood en bol, ruit, bol, langs welke kant je bij werk mag, het vastgevaren schip, golfslag en een schip dat niet kan manoeuvreren.
Blauwe lichten en kegels, het lichtblauwe bord, blauw flikkerlicht, de gele ruit, de veerpont en seinvlag A.
14 vragen uit alle zeven lessen. Je beantwoordt eerst alles en ziet daarna je uitslag, met uitleg per vraag.