De waterkaart en je vaargegevens
De schaal van een waterkaart en afstanden meten, de legenda, wat de kaart over een brug en de diepte zegt, de almanak, de wateratlas en andere vaargegevens, en wat er aan boord moet.
Klein Vaarbewijs 1 · Hoofdstuk 9
De waterkaart lezen, NAP en de peilen begrijpen, peilschaal en hoogteschaal aflezen, en doorvaarthoogte en diepte uitrekenen.
6 lessen36 vragen
Op het water wil je weten hoe ver het is, of je onder een brug door past en of er genoeg water onder je boot staat. Een waterkaart geeft afstanden, doorvaarthoogtes en dieptes. Die doorvaarthoogtes gelden bij een vast peil, en het water van nu staat soms hoger en soms lager. Daarom lees je ook de schalen langs het water af: de peilschaal geeft de waterstand, de hoogteschaal bij een brug de doorvaarthoogte van nu.
In les 1 leer je de waterkaart lezen: de schaal, afstanden meten, de legenda, en waar je nog meer vaargegevens vindt. Daarna komen NAP en de peilen, de peilschaal, de hoogteschaal, en twee lessen met rekenen: de doorvaarthoogte en de diepte van nu.
Met KVB1 compleet open je alle lessen en de toetsen.
Verder met les 1 · € 10De schaal van een waterkaart en afstanden meten, de legenda, wat de kaart over een brug en de diepte zegt, de almanak, de wateratlas en andere vaargegevens, en wat er aan boord moet.
NAP als één nulpunt, boven en onder NAP schrijven, kanaalpeil, stuwpeil, zomer- en winterpeil, en de actuele waterstand: waarom die afwijkt en waar je hem vindt.
Wat een NAP-peilschaal laat zien, de streepjes, de getallen en de M, aflezen net onder en net boven een hele meter, en een waterhoogte van Waterinfo omrekenen naar meters.
Wat een hoogteschaal bij een brug laat zien en waar hij staat, blokken en decimeters aflezen, wat er gebeurt als het water zakt of stijgt, het hoogtebord en C.2, en waarom je zelf ruimte overhoudt.
Van de kaartwaarde naar de doorvaarthoogte van nu: de som in vier stappen met een schets, plus en min ten opzichte van NAP, eenheden gelijk maken, past je boot met of zonder mast, en wanneer je niet hoeft te rekenen.
De diepte van nu uitrekenen met het teken andersom dan bij de doorvaarthoogte, diepgang en kielspeling, de diepte op C.1 en het dieptebord, en waarom een diepte op een bord niet je toegestane diepgang is.
14 vragen uit alle 6 lessen. Je beantwoordt eerst alles en ziet daarna je uitslag, met uitleg per vraag.