Goed zeemanschap
Goed zeemanschap, afwijken van het reglement, ontmoeten, oplopen en kruisen, en het verschil tussen voorrang en medewerking.
Klein Vaarbewijs 1 · Hoofdstuk 3
Wie uitwijkt als je elkaar tegenkomt, oploopt of kruist, en wat goed zeemanschap van je vraagt.
8 lessen48 vragen
Komen twee schepen elkaar tegen, dan moet duidelijk zijn wie opzij gaat. Dat regelt de wet: hoofdstuk 6 van het Binnenvaartpolitiereglement, het BPR, zegt per situatie wie voorrang verleent. Het maakt uit of schepen elkaar tegemoet varen, elkaar oplopen of elkaar kruisen.
In les 1 leer je wat goed zeemanschap van je vraagt, wat ontmoeten, oplopen en kruisen betekenen, en het verschil tussen voorrang en medewerking. Daarna gaat het per situatie over wie voorrang verleent: klein en groot, motor, zeil en spierkracht, engtes, havens, keren en veerponten.
Met KVB1 compleet open je alle lessen en de toetsen.
Verder met les 1 · € 10Goed zeemanschap, afwijken van het reglement, ontmoeten, oplopen en kruisen, en het verschil tussen voorrang en medewerking.
Wat een klein en een groot schip is, waarom de stuurboordszijde voor de grootte gaat, en het snelle schip.
Wie voorrang verleent tussen kleine motor-, zeil- en roeiboten, de zeilboot op de motor, en zeilschepen onderling.
De hoofdregel bij ontmoeten, wanneer er ruimte genoeg is, het blauwe bord, en wat er anders is op de Geldersche IJssel en de Maas.
Wat een engte is, wie er voorrang verleent met en zonder stroom, dat je er niet voorbijloopt, en het teken A.4.
Wanneer en aan welke kant je voorbijloopt, wat het opgelopen schip doet, oplopen onder zeil aan loef, en het teken A.2.
Wie voorrang verleent bij kruisen, een hoofdvaarwater op, havens in en uit, het teken B.9 en vakken met een voorgeschreven weg.
Voorrang en medewerking bij keren, vertrekken en veerponten, de sleep, golfslag en de overige regels van art. 6.18.
14 vragen uit alle 8 lessen. Je beantwoordt eerst alles en ziet daarna je uitslag, met uitleg per vraag.